De oorsprong van de Smoushond

Deze moet worden gezocht in de 19e eeuw, toen het paard nog een belangrijke functie in onze maatschappij had...

Het is niet geheel zeker waar de Smoushond vandaan komt. Volgens L. Seegers (in zijn boek “Hondenrassen”), kwamen ze al sinds ± 1800 voor, over het gehele land verspreid als boerenhofhonden. In de belangstelling stonden ze in elk geval pas sinds 1850, toen de destijds zeer bekende hondenkoopman Jan Abraas de door hem uit Rotterdam gehaalde hondjes als ‘heerenstalhond’ voor de Amsterdamse Koopmansbeurs verkocht. Deze alleraardigste honden hielden de stallen vrij van ratten en muizen. Daarnaast begeleidden zij hun heer wanneer die met zijn rijtuig een rit ging maken. Het stalhondje moest dus een zeer goede conditie hebben om het paard op langere tochten bij te kunnen benen. Maar ook werden ze gehouden als huishond. Men noemde ze al spoedig Smoushonden, vermoedelijk vanwege hun behaarde gezichten, zoals ook de Joden (eveneens Smouzen genoemd) dat toentertijd hadden. Dit sloot trouwens aan bij het Brusselse Smousje, dat we nu kennen als Griffon Bruxellois. Vermoedelijk om ze uit elkaar te houden, noemde men de Nederlandse Smousvariëteit de Hollandse Smous. lees meer

Terugfok programma

Om aan de eerste hondjes te komen, werden oproepen geplaatst in enkele bladen, om op het platteland uit te kijken naar smousachtige gele bastaardjes, want ze werden nog wel eens waargenomen. En de eersten die zouden dienen als basis voor het reconstrueren van het ras, werden door hun bazen aangemeld. In augustus 1973 werd het eerste nest geboren. Vanaf die tijd nam het fokken en aanmeldingen van smousachtige hondjes, het aantal Smousjes ‘in wording’, flink toe.
Een ras opbouwen levert natuurlijk geregeld grote verrassingen bij de fokkerij op. Daarom is er op een gegeven moment besloten de Border Terriër, ter verbetering van het type (vacht, hoofd en maat) in te fokken. Dit was gezien de resultaten een gelukkige keuze.
Het terugfokprogramma werkt in het kort als volgt: in overleg met de eigenaar wordt besloten te fokken met een goed op het rasbeeld gelijkende teef in combinatie met een goede reu, die eventuele fouten van de teef moet compenseren. De pups uit deze combinatie worden in het nest bekeken en beoordeeld, terwijl hun bijzonderheden door de terugfokcommissie wordt genoteerd.
De pups worden door bemiddeling van de rasvereniging tegen een redelijke prijs bij mensen geplaatst die, als het een ‘goede’ Smous is er een keertje mee willen fokken. De opgroeiende hond wordt in verschillende levensstadia beoordeeld, waarbij het opvalt dat een Smous bij het ouder worden vaak in zijn voordeel verandert. Met de honden, die erg afwijken van het gestelde ideaalbeeld van de Smous wordt gewoonlijk niet gefokt. Na een tiental jaren al, bleek er een grote vooruitgang in de uniformiteit van het type tekomen.
De Hollandse Smoushond is een erkend ras. De geboren pups werden eerst opgenomen in het Voorlopig Register (VR) van het Nederlands Honden Stamboek (NHSB) van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland. Ze kregen een afstammings-bewijs (met VR-nummer). Om in het (gesloten) Stamboek geregistreerd te worden, moesten de ‘nieuwe’ fokproducten keuringen ondergaan, er werden commissies ingesteld, er werden preadviezen verstrekt, er moesten bijlagen van het Stamboek worden ingesteld of hulpstamboeken, enzovoort. Indien er drie bekende generaties van voorouders zijn, dan konden de pups na een goedkeuring een G1-nummer van het NHSB krijgen. De latere pups krijgen een G2-nummer en daarna een gewoon NHSB-nummer. Omdat er bijna geen ‘gevonden’ Smouzen meer voorkomen, zijn er ook bijna geen VR-nummers meer.